Wint Greenyard Maaseik na 14 jaar nog eens de beker?

09/04/2026

“Wij hebben onze eigenheid en discipline weer gevonden”

Als je aan een neutrale sportvolger vraagt om de beste twee volleyteams uit ons land op te noemen, krijg je normaal gezien als antwoord: Roeselare en Maaseik. Helemaal juist.
Maar weet je ook hoe lang het geleden is dat de Limburgers nog de Belgische beker konden winnen? Verbaasde blikken als we vertellen dat ze dit weekeinde voor het eerst in veertien jaar opnieuw de cup mee naar Maaseik kunnen brengen. Sinds 2012, met Vital Heynen als coach, is het geleden dat ze nog eens in de beker konden triomferen. Dat vraagt om meer toelichting. Bij wie konden we beter terecht dan bij press officer Frank Van Roost, al vele jaren een gewaardeerd volger en schrijver over het wel en wee van o.a. het Belgisch volley en in het bijzonder van Maaseik.

Frank Van Roost: “Ach, je kan vele oorzaken aanhalen: de lottrekking, blessures van belangrijke spelers, de sterkte gedurende een bepaalde periode van Knack Roeselare, minder geslaagde transfers, het verlies van onze eigenheid, het zoeken naar evenwicht, onvoldoende centen om de echte, jonge Europese toppers aan te trekken…”

Je hebt ook de vroegere hoogdagen van Maaseik gekend…
“Absoluut. Tussen 1997 en 2012 – niet toevallig de periode van Anders Kristiansson en Vital Heynen – hebben we niet minder dan twaalf keer de beker gewonnen. Tevens de succesperiode van bestuurders als Mathi Raedschelders en Eddy Evens. Zij hadden alle vier de gave om dagenlang te speuren naar aankomend talent en ze aan te trekken. Ik denk maar aan de generatie met o.a. Lebl en Platenik, die later uitgroeide tot de Europese top. Maar dat is lang geleden en de topspelers gingen stilaan in Italië spelen. We hebben later nog wel Bruno, Santucci, Zimmerman, Maan, Wout Wijsmans gehad, maar de echte toppers vertrokken naar Frankrijk en vanaf 2015 naar Polen en die waren financieel niet meer haalbaar.”

In eigen land kreeg je ook te maken met de concurrentie van Knack Roeselare. Waarom lukte dat bij Maaseik blijkbaar minder goed?
“Omdat Knack in die periode wel een sterke continuïteit kon behouden wegens de nauwe banden met de Topsportschool: Baeyens, Rousseaux, Vanmedegael kenden de aanstormende talenten en konden hen aan Roeselare binden. Ze bleven vele jaren met nagenoeg dezelfde kern spelen, aangevuld met ook wel talentrijke buitenlanders zoals b.v. Contreras of Kukartsev. Nochtans beschikten we met Castellani en Banks wel over heel degelijke trainers, maar een echte topclub waren we even niet meer, ondanks Banks en de passage van een paar toppers als Grozdanov, die ons nog wel twee titels opleverde.

In een verder verleden hadden we nog wel homogeniteit met de betere Belgische spelers, maar we moesten de uitdaging aangaan met de Topsportschool. Voor Ferre Reggers heeft Maaseik nog even een extra inspanning gedaan.”

Wat zijn de punten waarop Maaseik terecht fier kan zijn?
“Sinds de club in 1976 naar de hoogste afdeling promoveerde, is ze daar sindsdien altijd gebleven. Volle vijftig jaar is Maaseik de enige club op dat niveau in België zonder financiële problemen. De tering naar de nering. Ik vind ook dat Maaseik de mooiste zaal heeft in België met aan vier kanten plaatsen voor de supporters. Dat is ook vrij uniek in ons land.

Bovendien is de zaal volledig in eigendom van de club en ook dat is uniek. Onze zaal telt 2560 zitjes en dat zijn er veel meer dan b.v. die van Roeselare. Bij een doorsnee competitiematch kunnen we rekenen op een 700-tal supporters. En toch heeft het 17 jaar geduurd vooraleer een nationale ploeg – de Yellow Tigers – in die mooie zaal kwam spelen. Voor een nokvolle zaal trouwens. Bij vele mensen wordt de afstand naar de stad van Van Eyck als ‘ver’ beschouwd. We hebben altijd wel een connectie met Nederland behouden, terwijl Duitsland heus niet ver af is, maar supporters kregen we van daaruit weinig. Nu is er een grotere connectie met Waremme, ook niet zo ver af. Er werden tot hiertoe 620 tickets voor de bekerfinale gekocht door Maaseik: zes bussen uit Maaseik, twee uit Waremme.”

Is er de laatste jaren dan toch iets wezenlijks veranderd bij jullie?
“Al van een paar jaar voor de Covid-periode zijn we opnieuw op zoek gegaan naar jeugdig Belgisch talent. Echt nieuw is dat niet, want Jolan Cox speelde toch zeven jaren bij ons, maar we zijn er intussen wel in geslaagd om jonge talenten als Perin en Fafchamps verschillende jaren bij ons in te lijven. Dat is de bedoeling: zorgen voor meer eigenheid, een idee van o.a. Banks en Wijsmans. Maar dan wel spelers met de juiste mentaliteit en die met de nodige discipline hun job uitoefenen. Zo hebben we ook nog Wolters, Bus, De Vleesschauwer en als tweede opposite beschikken we over Rens Bogaerts, een jongen uit Koersel, die tijdens onze verplaatsing op Galatasaray meedeed aan een keiharde training en bij dertig loeiharde opslagen slechts drie keer in de fout ging! Een groot talent, die een enorme sprong gemaakt heeft dit seizoen.”

Maar toppers zoals Meijs kunnen jullie intussen wel niet houden?
“Hij was een absolute meevaller, maar gaat terug naar Modena, dat hem dan allicht opnieuw elders plaatst. Wij houden echter ons oog verder gericht op Nederland. Daar ontdekten we bij Apeldoorn de 17-jarige Jordi van Laar. Een jongen die tijdens zijn eerste Europese wedstrijd als 16-jarige werd uitgeroepen tot mvp van de match. Hij viel toen in na 0-2, hij werkte af aan 50% en zijn ploeg won nog met 3-2. In de BeNe-wedstrijd tegen ons, werd hij trouwens de topscorer.

Onze scouting doet het overigens voortreffelijk: met Finoli haalden we een gouden spelverdeler in huis, die ook regelmatig ballen ophaalt met de voet. En ik vind de Let Freimanis de beste middenman in onze competitie en ook hij blijft in de ploeg voor volgend seizoen. Het heeft ook allemaal een positieve invloed op onze supporters: met z’n 30 naar Apeldoorn afgereisd, toch zo’n 170 km ver.”

Starten jullie na een schitterend Europees en Nederlands parcours meteen als favoriet in de bekerfinale?
“De wedstrijd tegen Menen vind ik tricky. Zij vormen een degelijk geheel en ze spelen hun vierde bekerfinale op rij. Gilles Vandecaveye meldde overigens dat die bekerervaring wel eens belangrijk kan zijn, terwijl onze spelers in die zaal nog nooit speelden. Onze jongens hebben intussen wel de geweldige sfeer in Lüneburg achter de rug, maar er zou in de bekerfinale gespeeld worden op een Belgische ondergrond: zwart en geel aan de ene kant, rood en geel aan de andere. Maar het clubgevoel is opnieuw in de ploeg. We spelen opnieuw met hart en ziel, we gaan voor elke bal, de rekrutering is beter dan ooit. Je mag de sfeer toch niet onderschatten. Ik herinner me Rychlicki – intussen een Europese topper – die bij zijn eerste deelname in het toenmalige Sportpaleis onderuit ging door de sfeer. Ik geef ons dan ook 51% winstkansen tegen 49% voor Menen.”

Is de ploeg ook niet een tikkeltje vermoeid na een zwaar reisparcours?
“Sinds Nieuwjaar hebben we inderdaad een pak zware verplaatsingen achter de rug: 13u enkel naar Craiova, Tourcoing, lange vliegreis naar Alanya (Tur), acht/negen uren bus naar Karlovarsko, tien uur naar Istanbul, terwijl Lüneburg achter Hamburg en Bremen ligt. Daags na die Europese halve finale traden we al aan in Apeldoorn.

Zwaar, maar ik denk dat de ploeg tegelijkertijd gegroeid is en op een hoger niveau speelt. Wij hebben veel tiebreaks achter de rug, maar we beschikken over een grote weerbaarheid. Liefst acht keren verloren we de eerste set, maar we haalden toch nog de winst binnen. En twee keer draaiden we een 0-2 achterstand nog om in succes.”

Wat is de uiteindelijke doelstelling van Maaseik voor dit seizoen?
“Vroeger waren we een soort springplankclub (dank Roeselare voor de taaltip) voor buitenlands talent. Nu willen we als club dit seizoen maar één ding: een prijs winnen!”

Tekst: MC
Foto: Jürgen Sabarz

Top