Bekerduel tussen Laure Flament (Darta Bevo Roeselare) en Eline Van Elsen (VC Oudegem) met speciaal tintje
Eline Van Elsen en Laure Flament waren een paar jaar geleden nog ploegmaatjes bij het toenmalige VDK Gent. Ze deelden de kleedkamer, hun zweetdruppels en hun dromen bij de Oost-Vlaamse club. Hun wegen gingen daarna uit elkaar.
Eline (22 jaar) trok naar VC Oudegem, Laure (28 jaar) naar Darta Bevo Roeselare. Toch hield een gemeenschappelijke factor hen samen. Lennert Van Elsen (op 1 april - geen grap - 25 geworden), midblokker bij Knack Roeselare, is de broer van Eline en het vriendje - zeg maar grote vriend met zijn twee meter - van Laure.
Was Eline diegene die jullie in contact bracht met elkaar?
Laure: “Neen, Eline en ik speelden wel samen bij Gent, maar toen kende ik Lennert nog niet zo goed. Het is pas nadat ik naar Bevo trok en hij bij Knack volleybalde, dat de klik er kwam. De vonk is toen pas overgesprongen.”
Jullie hebben zonet de halve finales van de play-offs afgewerkt. Pas na drie wedstrijden kantelde het dubbeltje in het voordeel van Roeselare.
Eline: “Na een 1-1 tussenstand viel zondagmiddag de beslissing. Roeselare won het eerste duel, wij de tweede confrontatie. Dus moest een extra ontmoeting voor eindverdict zorgen om te weten wie er naar de finales van de play-offs mocht gaan. Het was een merkwaardig duel. Wie de lange rally’s won, zat het best ‘in de flow’ en pakte de set. Roeselare deed dat op bepaalde momenten beter en won met 3-1. Zij spelen binnenkort voor de titel tegen Asterix Avo. Maar er is eerst nog de bekerfinale, waar Oudegem het opnieuw moet opnemen tegen de West-Vlaamse ploeg. Op korte tijd staan we vier keer tegenover elkaar.”
Laure: “Beide ploegen kennen elkaar nu erg goed. Hadden we in de play-offs een ander team als tegenstander gehad, zou dat voor de bekerfinale wel een ander gevoel gegeven hebben. Verwacht geen spectaculaire aanpassingen in ons matchplan. We hebben onze focus ondertussen toch tijdens vele oefensessies helemaal op Oudegem gericht. Maar dat zullen zij ongetwijfeld ook gedaan hebben. Er zijn geen geheimen meer.”
Je hebt allebei ervaring opgebouwd in verband met bekerfinales. Geven jullie die expertise door aan de jonge speelsters?
Laure: “In 2022 speelden we kampioen met Gent. Ik stond met de Oost-Vlaamse ploeg ook al vier keer in het Sportpaleis - nu Afas Dome - en we haalden telkens zilver. Schrijf maar op dat de honger naar goud erg groot is. Dit staat bovenaan mijn bucketlist. De doelstelling van Darta Bevo Roeselare was van bij de start van het seizoen erg duidelijk. We wilden twee finales spelen. Die van de play-offs en de cupfinals. Die doelen zijn bereikt. Nu willen we goud.”
Eline: “Ik volleybal nu zeven jaar in de Liga. Ik won het Belgisch kampioenschap en de beker met Asterix Avo. Twee keer haalden we met Gent zilver tijdens de cupfinals in het toenmalige Sportpaleis. Dit wordt dus mijn vierde bekerfinale. Wanneer je zo ver geraakt bent, dan wil je die beker grijpen.”
Hoe pak je die speciale omstandigheden aan? Want die worden elk jaar steeds indrukwekkender.
Eline: “Vooral genieten van de sfeer. We moeten het niet groter maken dan het is. En beseffen dat de uitslagen van de play-offs geen invloed hebben op de bekerfinale. Dit wordt een totaal andere wedstrijd. Roeselare had in hun eigen sporthal nog geen enkel duel verloren. In de Afas Dome geldt dat thuisvoordeel niet. De omstandigheden zijn voor de twee teams hetzelfde, want daar in Antwerpen spelen we allebei in een totaal andere omgeving. We zijn elkaar waard, we geloven in onze kansen. Er loopt heel wat ervaring rond bij Oudegem. Ik denk zelfs meer bij ons dan bij Roeselare.”
Laure: “Na al die verschillende finales ben ik niet meer zo onder de indruk van de grootsheid van dit evenement. We hebben dat al meegemaakt. We zijn inderdaad met een paar speelsters die behoorlijk veel expertise hebben opgebouwd met zulke grote evenementen. Ik denk aan Yana De Leeuw, Lynn Blenckers en ik. Een bekerfinale, dat is met stress leren omgaan. We kunnen echt goed focussen. Jammer uiteraard dat Nikita De Paepe na een zwaar kruisbandletsel er niet bij is. Janne Deleu neemt haar taken uitstekend over.”
De blessures, dat is toch een item dat steeds vaker terugkeert in het topvolleybal. Zijn jullie trouwens kandidaat om het zomerprogramma met de Yellow Tigers mee te maken?
Laure: “Ik ben lange tijd buiten strijd geweest dit seizoen. Na een moeilijke revalidatie ben ik net op tijd hersteld en vind ik mijn vorig niveau terug. Ik wou zo snel mogelijk paraat zijn - de play-offs en de bekerfinales waren een uitstekend mikpunt - maar dat was niet zo eenvoudig. Topsport is een aanslag op jouw lichaam, topsport is grenzen verleggen. Nu is alles opnieuw in orde. Toch sla ik de campagne met de Yellow Tigers over. Mijn werk als ergotherapeut in het buitengewoon onderwijs krijgt voorrang.”
Eline: “Dit jaar heb ik weinig blessures gekend. Ik speelde zondag wel met een ingepakt bovenbeen. Maar dat is uit voorzorg, als ondersteuning, niets ernstig. Op het einde van het seizoen heeft iedereen wel ergens een pijntje. Ik ga volgende zomer het volleybal even opzij zetten. Ik fiets erg graag. Vorig jaar koerste ik reeds zes wedstrijden. Kermiskoersen van ongeveer 40 kilometer maar dan wel met een gemiddelde snelheid van 35 km per uur. Voor mij is dat pure ontlading. Ik vind het geweldig.”
Tekst: WV
Foto: d’Nyserweg